|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Steppearend - Aquila nipalensis (Hodgson, 1833) |
Steppe eagle |
Aigle des steppes |
Steppenadler |
Aquila delle steppe |
Stäppörn |
Águila Esteparia |
Águia-das-estepes |
Orzeł stepowy |
Steppeørn |
Populatie trend van deze soort is onbekend. |
Aquila nipalensis heeft 2 ondersoorten:
- Aquila nipalensis nipalensis
Aquila nipalensis amurensis
- Aquila nipalensis orientalis
Aquila nipalensis pallasii
Aquila nipalensis glitschi |
| Lengte : 66 - 79 cm |
| Spanwijdte : (M) 165 - 180 cm / (V) 180
- 200 cm |
| Gewicht : (M) circa 2400 gram / (V)
circa 3900 gram |
| De Steppearend is slechts iets kleiner dan de
Keizerarend. Maar is in adult kleed vrijwel geheel effen donkerbruin, dus zonder de lichte kop, witte schoudervlekken en de brede donkere eindband aan de staart, de karakteristieke kenmerken van een
Keizerarend. Het vliegbeeld van de
Steppearend vertoont lange, brede, sterk gevingerde vleugels, met 7 ‘vingers’ . De slag- en staartpennen hebben donkere brede bandering, ook aan de basis van de handpennen, wat een verschil vormt met de
Schreeuw- en
Bastaardarend. In het jeugdkleed zijn lichaam en vleugeldekveren lichtbruin, armpennen en staart zwartbruin met een witte eindzoom. Bovendien loopt er een brede lichte band over de ondervleugel, die meestal ook nog bij onvolwassen vogels in het 2de en 3de kalenderjaar aanwezig is; de witte bovenstaartdekveren zijn eveneens kenmerkend. Van dichtbij valt een oranjegele achterhoofdsvlek
op. In het volwassen kleed ruien Steppearenden in het 5de kalenderjaar voor de eerste maal. De
Steppearend kan verward worden met de Schreeuw- en de
Bastaardarend, en met de jonge
Keizerarend, hetgeen vooral geldt voor juveniele en immature vogels. |
De zuidelijke grens van het verspreidingsgebied loopt van het Aralmeer door Noordwest-China en Mongolië.
Armenië, Bulgarije, Georgië, Irak, Jordanië, Kazachstan,
Kirgizië, Mongolië, Turkije, Turkmenistan, Oekraïne, Oezbekistan.
Regionaal uitgestorven: Moldavië, Roemenië. |
| Het broedgebied van de Steppearend in Europa is beperkt tot het uiterste zuidoosten. Hij broedt in Zuid-Rusland alleen ten oosten van de 42ste lengtegraad (bij Stavropol) en komt voor van de steppen in de Kaspische Laagte oostwaarts tot het Trans-Baikal gebied. De Steppearend leeft in steppen en halfwoestijnen in vlak of heuvelig terrein, alsmede afgelegen steppedalen in gebergten. De belangrijkste randvoorwaarde voor de habitat in de broedtijd is het voorkomen van ziesels, het hoofdvoedsel van de
Steppearend. Zoals bekend houden ziesels een winterslaap, zodat de Steppearend noodgedwongen een uitgesproken trekvogel is, die in West-Azië en Afrika of in India overwintert. |
| Op de broedplaats is een hoog, keffend ‘kau-kau-kau’ te horen; tijdens de balts wordt een fluittoon te gehore gebracht, net als bij de Schreeuw- en Bastaardarend. Weg van de broedplaats en buiten de broedtijd is deze soort meestal stil. |
| De Steppearend jaagt voornamelijk vanaf een zitplaats, wanneer deze voorhanden is. Ook jaagt hij al cirkelend en duikt op vogels achtervolgt deze; af en toe jaagt hij zelf lopend, wanneer hij bijvoorbeeld ziesels bij de ingang van hun holen opwacht. Bij gebrek aan ziesels worden veel jonge vogels gevangen. Tijdens de trek en in het overwinteringgebied dienen andere kleine zoogdieren en aas als voedsel. |
| De leeftijd waarop Steppearenden geslachtsrijp worden is nog niet precies bekend, maar is waarschijnlijk 4 jaar. In de Kaspische Laagte komen de vogels vanaf half maart aan in het broedgebied, wanneer de ziesels uit hun winterslaap ontwaken. Tijdens de balts vertoont het paar indrukwekkende speelse vluchten, waarbij ze opstijgen, naar beneden storten en weer omhoog zeilen. Het nest wordt op een verhoging op de grond of op een uitstekende rots op een helling, soms ook op een struik of een hoop stro gebouwd. Begin van de leg in de Kaspische Laagte vanaf half april. Legselgrootte meestal 2 of 3 eieren (68x54 mm; 115 gram), met vage bruine of grijze vlekken op een witte ondergrond. Broedduur ongeveer 45 dagen. Verblijfsduur van de jongen in het nest ongeveer 60 dagen. |
| Er zijn twee ondersoorten: va het noordwestelijke deel van de Kaspische Laagte tot aan het Balkasjmeer in het oosten van Kazachstan broedt de Aquila Nipalensis orientalis, terwijl de nominaatvorm Aquila Nipalensis nipalensis van het Altaigebergte tot in Mantsjoerij voorkomt. Vroeger werd de Steppearend als een ondersoort van de
Savannearend (Aquila rapax) beschouwd, maar inmiddels is onweerlegbaar aangetoond dat het twee verschillende soorten zijn. |
| ©: Eaglewatch 2002 - 6 juni 2010, Valkerij & natuurbeurs
Gilze (NL) |
Konica Minolta Dynax
7D - Sigma APO 150-500 mm F5-6.3 DG OS HSM |
| ©: Eaglewatch 2002 - 13 december 2009, Berkel en Rodenrijs (Nederland) |
Konica Minolta Dynax
7D - 70-200/2.8 APO EX DG MACRO HSM |
|
|
|
|