|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Brahmaanse wouw - Haliastur indus (Boddaert, 1783) |
Brahminy kite |
Milan sacré |
Brahminenweih |
Nibbio di Brahama |
Braminglada |
Milano Brahmán |
? |
Kania braminska |
Brahminglente |
Populatie trend van deze soort is onbekend. |
Haliastur indus heeft 4 ondersoorten:
- Haliastur indus indus
- Haliastur indus intermedius
- Haliastur indus girrenera
- Haliastur indus flavirostris |
| Lengte : 45 - 51 cm |
| Spanwijdte : 120 - 130 cm |
| Gewicht : circa 530 gram |
| De
Brahmaanse wouw is een
middelgrote roofvogel, met een witte kop en borst. De rest van zijn
lichaam is opvallend kastanje bruin. Het uiterste puntje van zijn staart
is wit. De vleugels zijn breed, donker 'gevingerd' en de staart is kort.
De benen zijn kort en niet bevederd, de ogen zijn donker en de citroen
geel gekleurde snavel is sterk gekromd. Deze wouw zweeft op hoogte langs
kusten en wadden. De volwassen
Brahmaanse wouw is
onmiskenbaar, maar jonge dieren kunnen worden verward met de
Fluitwouw (langere staart). Eerste jaar jonge dieren kunnen ook worden
verward met
Visarenden, maar deze zijn van onder donker in plaats van wit. |
| Australië, Bangladesh, Brunei, Cambodja, China, India,
Indonesië, de Democratische Volksrepubliek Laos, Maleisië, Myanmar, Nepal,
Pakistan, Papoea-Nieuw-Guinea, Filippijnen, Singapore, de
Salomonseilanden, Sri Lanka, Thailand, Oost-Timor; Vietnam. |
| De
Brahmaanse wouw is een roofvogel van de kust, met name mangrovebossen
en estuaria. Zij wordt soms gezien in de bossen en langs de rivieren. |
| De
Brahmaanse wouw voedt zich met aas (dode dieren), insecten en vissen.
Het vliegt laag over het water, de grond of boomtoppen en grijpt levende
prooi of aas van het oppervlak. De
Brahmaanse wouw steelt
ook van andere vogels door het stelen van prooi in de vlucht. Het stoort
kiekendieven of andere vogels zoals meeuwen, visarenden of de witte Ibis. |
| Het nest van de
Brahmaanse wouw is
gebouwd in de buurt van water met bomen, vaak mangrove bomen. Het nest is
groot, gemaakt van stokken, zeewier of drijfhout en bekleed met een
verscheidenheid aan materialen zoals korstmossen, botten, zeewier en zelfs
papier. Beide ouders broeden de eieren en de jonge worden gevoed met
kleine stukjes voedsel. |
|
|
|
|