|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Arendbuizerd - Buteo Rufinus (Cretzschmar, 1827) |
Long-legged buzzard |
Buse férose |
Adlerbuzzard |
Poiana codabianca |
Örnvråk |
Busardo moro |
Búteo-mouro |
Kurhannik |
Ørnevåge |
Populatie trend van deze soort is onbekend. |
Buteo rufinus heeft 2 ondersoorten:
- Buteo rufinus rufinus
Buteo rufinus canescens
Buteo rufinus longipes
Buteo rufinus leucurus
Buteo rufinus nigricans
Buteo rufinus raddei
- Buteo rufinus cirtensis |
| Lengte : 57 - 65 cm (Ondersoort Buteo
Rufinus cirtensis 50 - 55 cm) |
| Spanwijdte : 135 - 160 cm (Ondersoort
Buteo Rufinus cirtensis 115 - 125 cm) |
| Gewicht : (M) 1100 gram / (V) 1300 gram |
Groter dan een
Buizerd, met bredere vleugels en sterk
gevingerde slagpennen. Het vliegbeeld heeft daarom meer weg van een arend.
Goede herkenningstekens zijn de licht roestkleurige kop, hals en staart;
de laatste heeft bij oude vogels geen dwarsbanden.
Er zijn drie kleurfasen: een lichte, een roestrode en een donkere; de
laatste broedt vanaf de Wolga oostwaarts. Verwarring is mogelijk met: De
Ruigpootbuizerd, die echter
altijd een staart met een donkere eindband heeft, en met: De Valkbuizerd (Buteo
buteo vulpinus), het Oost-Europese ras van de
Buizerd (Buteo buteo). Deze is echter
duidelijk kleiner en heeft smalle, puntiger vleugels. |
| Overzomeraars in Hongarije hebben een oppervlakte nodig
van 2000 - 3000 ha. |
| Afghanistan, Albanië, Algerije, Armenië, Oostenrijk,
Azerbeidzjan, Bahrein, Bangladesh, Benin, Bhutan, Bosnië en Herzegovina,
Bulgarije, Burkina Faso, Kameroen, Tsjaad, China, Kroatië, Cyprus,
Tsjechische Republiek, Djibouti, Egypte; Eritrea, Ethiopië, Georgië,
Duitsland, Griekenland, Hongarije, India, Iran, Islamitische Republiek;
Irak, Israël, Italië, Jordanië, Kazachstan, Kenia, Koeweit, Kirgizië,
Libanon, Libië, Macedonië, Mali, Mauritanië, Mongolië, Montenegro,
Marokko, Nepal, Niger, Nigeria, Oman, Pakistan, Palestijnse Gebieden,
Bezette; Katar, Roemenië, Russische Federatie, Saoedi-Arabië, Senegal,
Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Soedan; Syrische Arabische Republiek
; Tadzjikistan, Tunesië, Turkije, Turkmenistan, Oeganda, Oekraïne,
Verenigde Arabische Emiraten, Oezbekistan; Westelijke Sahara; Jemen |
| Gewoonlijk droge steppen en halfwoestijnen. In de Balkan
ook in beboste bergland waar rotswanden zijn om te nestelen en open
gebieden om te jagen. |
| Als van de Buizerd,
maar minder luidruchtig. |
| Jaagt zowel in een zwevende vlucht vanaf een uitkijkpost;
de prooien bestaan voornamelijk uit kleine tot middelgrote zoogdieren
(woelmuizen, hamsters en siesels) en daarnaast reptielen en grote
insecten. |
| Geslachtsrijp op de leeftijd van 2 of 3 jaar. De
baltsvlucht is gelijk aan die van de
Buizerd. De horst wordt in een rotswand gebouwd. Broedtijd in April,
legsel meestal 2 of 3 eieren (60x47 mm; 73 gram) welke groenig wit zijn
met bruinachtige vlekken. Broedduur vermoedelijk 33 - 35 dagen. |
| Er worden twee ondersoorten van de Arendbuizerd erkend:
de kleinere subspecies Buteo Rufinus cirtensis die in Noord-Afrika en het
Arabisch Schiereiland voorkomt, en de nominaatvorm Buteo Rufinus rufinus
in de rest van het verspreidingsgebied. |
| ©: Dhr. L. Kroes - 30 juli 2009,
Fournoi Griekenland |
Canon S9 |
|
|
|
|