Eaglewatch: roofvogels en uilen
Roofvogels en uilen in de wereld:
Amerika Afrika Europa AziŽ OceaniŽ
Afbeeldingen
Palmgier - Gypohierax angolensis
Palmgier - Gypohierax angolensis
Palmgier - Gypohierax angolensis
Palmgier - Gypohierax angolensis
Voorkomen Palmgier - Gypohierax angolensis
Taxonomie:
   ORDE Falconiformes Index A-Z [Falconiformes]
    ONDER ORDE Accipitres
        FAMILIE Accipitidae
            ONDER FAMILIE Accipitrinae
Benaming:
Nederlands Palmgier - Gypohierax angolensis (Gmelin, 1788)
English Palm-nut vulture FranÁais Palmiste africain Deutch Palmgeier
Italiano Avvoltoio delle palme Svenska palmgam EspaŮol Buitre Palmero
PortuguÍs Abutre-das-palmeiras Polski Palmojad Dansk Palmegrib
 
Rode lijst:
 
Populatie trend:
Populatie trend van deze soort is stabiel Populatie trend van deze soort is stabiel.
 
Ondersoorten:
Gypohierax angolensis heeft geen ondersoorten (monotypisch).
 
Afmetingen en gewichten:
Lengte : 60 - 71 cm
Spanwijdte : 130 - 140 cm
Gewicht : (M) 1360 - 1710 gram / (V) circa 1360 - 1710 gram
 
Kenmerken:
Het verenkleed is wit op de kop, borst, poten en de voorste helft van de vleugels en zwart op de achterste helft van de vleugels, rug en staart. Rond de ogen bevinden zich een rode vlek. Een volwassen dier is 56 tot 65 cm groot, 1,3 tot 1,8 kg zwaar en heeft een vleugelspanwijdte van 130 tot 150 cm. Tijdens de vlucht lijkt deze soort meer op een arend dan op een gier.
 
Vlucht:
-
 
Verspreiding:
Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Kameroen, Tsjaad, Kongo, Ivoorkust, Equatoriaal-Guinea, Gabon, Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Kenia, Liberia, Malawi, Mali, Mozambique, NamibiŽ, Niger, Nigeria, Rwanda, Senegal, Sierra Leone, Zuid-Afrika, Soedan, Tanzania, Togo, Oeganda, Zambia, Zimbabwe.
 
Habitat:
Deze gier van de Oude Wereld komt voor in bossen en op savannen in Afrika beneden de Sahara, met name van Senegal en Gambia tot Zuid-Soedan en oostelijk Kenia, zuidelijk tot Angola en noordoostelijk Zuid-Afrika. Gewoonlijk bevindt de palmgier zich dicht bij water. Het is geen schuw dier en kan dicht bij door mensen bewoonde gebieden waargenomen worden.
 
Geluid:
 
 
Voedsel:
Het voedsel van de palmgier bestaat uit dode vissen en de noot van de oliepalm. Niet voor niets wordt het dier dan ook palmgier genoemd.
 
Voortplanting:
Het wijfje broedt gedurende ongeveer zes weken ťťn enkel ei uit in een omvangrijk nest in een boom. Kuikens zijn bruin, met een gele oogstreep. Na circa vijf jaar zijn ze volgroeid.
 
Overige:
-
 
Ingezonden foto's:
©: