Eaglewatch: roofvogels en uilen
Roofvogels en uilen in de wereld:
Amerika Afrika Europa AziŽ OceaniŽ
Afbeeldingen
Kleine grijze slangenarend - Circaetus cinerascens
Kleine grijze slangenarend - Circaetus cinerascens
Kleine grijze slangenarend - Circaetus cinerascens
Kleine grijze slangenarend - Circaetus cinerascens
Taxonomie:
   ORDE Falconiformes Index A-Z [Falconiformes]
    ONDER ORDE Accipitres
        FAMILIE Accipitidae
            ONDER FAMILIE Accipitrinae
Benaming:
Nederlands Kleine grijze slangenarend - Circaetus cinerascens (Von MŁller, 1851)
English Banded snake-eagle FranÁais CircaŤte cendrť Deutch Bandschlangenadler
Italiano Biancone cenerino minore Svenska flodormŲrn EspaŮol Culebrera Coliblanca
PortuguÍs Ńguia-cobreira-de-cauda-branca Polski gadozer bialopregi Dansk Brun SlangeÝrn
 
Rode lijst:
 
Populatie trend:
Populatie trend van deze soort loopt terug Populatie trend van deze soort loopt terug.
 
Ondersoorten:
Circaetus cinerascens heeft geen ondersoorten (monotypisch).
 
Afmetingen en gewichten:
Lengte : 60 cm
Spanwijdte : 114 cm
Gewicht : (M) circa 1100 gram / (V) circa 1100 gram
 
Kenmerken:
De Kleine grijze slangarend is een grijsbruine Afrikaanse roofvogel met een korte staart en een grote kop. Juvenielen hebben bleker en bruiner bovengedeelte dan volwassenen, met witgerande veren. Hoofd, nek en borst zijn donker gestreept. De buik is wit met lichtbruine strepen, voornamelijk op buik en dijen. Subvolwassenen kunnen allemaal donker grijsbruin zijn zonder strepen op de onderkant. De ogen, oren en benen zijn geel.
 
Vlucht:
-
 
Verspreiding:
Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Kameroen, Tsjaad, Kongo, Ivoorkust, EthiopiŽ, Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Kenia, Malawi, Mali, NamibiŽ, Niger, Nigeria, Rwanda, Senegal, SiŽrra Leone, Soedan, Tanzania, Togo, Oeganda, Zambia, Zimbabwe.
 
Habitat:
Kleine grijze slangarenden leven in bossen, voornamelijk langs rivieren, maar ze vermijden dichte bossen.
 
Geluid:
 
 
Voedsel:
Voornamelijk kleine slangen tot 75 cm maar ook kleine varanen, kleine schildpadden, knaagdieren, amfibieŽn en wat vissen en insecten.
 
Voortplanting:
De Kleine grijze slangarend nestelt tussen klimplanten en gebladerte, en maakt elk jaar een nieuw nest. Het bouwt een klein stoknest, goed verborgen in de vegetatie. Het vrouwtje legt maar ťťn ei. Incubatie kan tussen 35 en 55 dagen duren, voornamelijk door het vrouwtje. De jongen vliegt uit na 10 tot 15 weken uit het nest.
 
Overige:
-
 
Ingezonden foto's:
©: