|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Slechtvalk - Falco Peregrinus (Tunstall, 1771) |
Peregrine falcon |
Faucon pèlerin |
Wanderfalk |
Pellegrino |
Pilgrimsfalk |
Halcón Peregrino |
Falcão-peregrino |
Sokół wędrowny |
Vandrefalk |
Populatie van deze soort loopt is stabiel. |
Er zijn twee ondersoorten gemeld:
- Falco peregrinus
Falco peregrinus
Falco peregrinus peregrinus
Falco peregrinus brookei
Falco peregrinus calidus
Falco peregrinus harterti
Falco peregrinus anatum
Falco peregrinus fruitii
Falco peregrinus japonensis
Falco peregrinus pealei
Falco peregrinus peregrinator
Falco peregrinus tundrius
Falco peregrinus cassini
Falco peregrinus kreyenborgi
Falco peregrinus minor
Falco peregrinus radama
Falco peregrinus ernesti
Falco peregrinus nesiotes
Falco peregrinus macropus
Falco peregrinus submelanogenys
Falco madens
- Falco pelegrinoides
Falco pelegrinoides pelegrinoides
Falco pelegrinoides babylonicus |
| Lengte : (M) circa 38 cm / (V) circa 45 cm |
| Spanwijdte : (M) circa 90 cm / (V) circa
105 cm |
| Gewicht : (M) 580 - 720 gram / (V) 860 -
1090 gram |
| Grote, compact gebouwde valk met spitse
vleugels en korte staart. Contrastrijk gekleurd verenkleed. Bovenzijde
leigrijs, bovenkop en baardstreep zwartachtig, onderdelen witachtig, dicht
gebandeerd, Midden-Europees ras roestrood bewaasd, staart met zwarte
dwarsbanden. Snavel lichtblauw met donkere punt, washuid geel, poten geel,
nagels zwart, iris zwart. Vrouwtje donkerder en groter dan mannetje. |
| Vliegbeeld lijkt op een anker, vleugels lang en spits,
staart relatief kort, wordt naar uiteinde iets smaller. Vliegt met snelle
ondiepe vleugelslagen, onderbroken door korte glijpauzes. Zweeft af en toe
op opwaartse wind. |
| Wereldwijd verspreid: Europa, Azië, Afrika Noord- en
Zuid-Amerika, Australië, Tasmanië en de Pacifische Eilanden. |
| Zeer veelzijdig: open of licht bebost land, lichte
bossen, toendra, half woestijnen zeekusten, bergmassief, steile kusten
steengroeven, diepe rivierdalen. |
Tijdens de baltsvlucht een klagend, trillend lang
aanhouden 'geeeeeeeeeieieiek', bij opwinding een scherp 'kotsiekotsiek'.
 |
| Overwegend vogels, die zij vliegend achtervolgen.
Stadsduiven vormen veelal het hoofdvoedsel in bepaalde gebieden en
daarnaast spreeuwen, lijsters, leeuweriken kraaiachtigen. Meeuwen en
strandvogels. |
| De Midden-Europese broedvogels nestelen meestal in
beschutte nissen in steile rotswanden. In Noord-Duitsland en in Polen
benutten de slechtvalken ook roofvogelhorsten in oude naald- en
loofbossen; soms broeden zij op hoge gebouwen. Broedtijd maart/april.
Grootte van het nest: 3-4 eieren, broedduur 28-29 dagen nestperiode jongen
35-42 dagen. Beide partners broeden. Ze blijven hun gehele leven bij
elkaar en gebruiken vaak dezelfde nestplaatsen. Af en toe waagt de
slechtvalk een broedpoging op de Veluwe. |
| De jacht van de slechtvalken
begint of van een verhoogde uitkijkpost of vanuit een verkenningsvlucht.
Is de valk boven zijn slachtoffer, dan legt hij zij vleugels aan en stort
zich met enorme snelheid, soms tot 300 km per uur, op zijn prooi. Vaak
worden de vogels reeds door de botsing gedood. De vliegvlugge jongen uit
het Midden-Europese broedgebied trekken om te overwinteren in zuidelijke
richting tot het Iberisch Schiereiland. |
| ©:
Dierenfotografie - Mevr. Chantal Mazzei - 13 maart 2010, Berkel en Rodenrijs (NL) |
NIKON D90 - 400 mm |
|
|
|
|