|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Zeearend - Haliaeetus albicilla (Linnaeus, 1758) |
White-tailed eagle |
Pygargue à queue blanche |
Seeadler |
Aquila di mare |
Havsörn |
Pigargo europeo |
Águia-rabalva |
Bielik |
Havørn |
Populatie trend van deze soort is stabiel. |
Er zijn twee ondersoorten gemeld:
- Haliaeetus albicilla albicilla
- Haliaeetus albicilla groenlandicus |
| Lengte : 77 - 95 cm |
| Spanwijdte : 210 - 245 cm |
| Gewicht : (M) 4100 - 4600 gram / (V) 5200 -
6900 gram |
| Bij oude vogels is de staart sneeuwwit, terwijl hij bij onvolwassen vogels
eerst donker is en pas na meerdere ruien wit wordt. De wijfjes zijn veelal
groter dan de mannetjes, maar dit is alleen te zien als men ze naast
elkaar ziet. Jonge vogels zijn over het algemeen donkerder dan oude
vogels. Dat geldt vooral voor de kop, de snavel en de staart. Van andere
grote arenden zijn ze te onderscheiden door de korte, wigvormige staart en
- van dichtbij - door de kolossale snavel. |
| In de vlucht is de
zeearend te herkennen aan zijn opvallende grootte, met een spanwijdte
van bijna 2p m, bovendien aan de brede, plankvormige vleugels, die aan de
uiteinde sterk "gevingerd" zijn en de relatief korte "wigvormige" staart. |
| Geïsoleerde populaties treft men ook aan op
Zuidwest-Groenland en in Noordwest-Ierland. Het eigenlijke woongebied
strekt zich uit vanaf Scandinavië, Midden- en Zuidoost-Europa en Turkije
oostwaarts als een brede gordel uit, dwars door de Sovjet-Unie tot de kust
van Oost-Azië, waar de soort voorkomt van de Anadyr Golf tot Oost-China. |
| Een enigszins stabiel bestand van de
zeearend vindt men in midden Europa alleen nog in Oostelijk Duitsland
met ca. 120 broedparen en in Polen met ca, 220 broedparen. De in
Sleeswijk-Holstein broedende 4-5 thans 6 paren worden sedert 1968 bewaakt
door medewerkers van het "Zeearend beschermingsproject". In Hongarije zijn
nog 15 - 20 paren, in Tsjechië en Slowakije sinds korte tijd weer 5 paar.
In de overige gebieden van Midden-Europa komt de
zeearend tussen oktober en maart vrij regelmatig voor als doortrekker
respectievelijk wintergast. Het waarnemen van een
zeearend in zijn omgeving - bij meren of rivieren - is steeds weer een
bijzondere belevenis. |
| Zeearenden zijn tijdens het
baltsen en in de broedtijd erg luidruchtig. Het mannetje roept een luid,
in kracht toenemend "krick-rick-rick, het wijfje een wat dieper "rack-rack-rack",
dat vaak meer dan 10 keer achter elkaar wordt geroepen. Niet zelden roepen
de vogels in duet. |
| De zeearend jaagt vanaf een
uitkijkpost of laag boven de grond vliegend. Zijn voornaamste voedsel
bestaat uit vissen en watervogels. De vissen (bijvoorbeeld karpers) worden
gegrepen in een lage zweefvlucht als die in rustig respectievelijk ondiep
water dicht onder het wateroppervlak zwemmen. |
| Er zijn geen ondersoorten. De Groenlandse Zeearenden
worden vanwege hun uitzonderlijke grootte vaak als aparte ondersoort
Haliaeetus Albicilla groenlandicus, beschouwd, maar deze populatie vormt
het einde van een cline, die in een lijn van zuidoost naar noordwest dwars
door Europa loopt. |
| ©: Dhr. Peter Dresselhuizen - 28 november 2007, Nederland |
Canon 40D - Canon 100-400 mm L |
|
|
|
|