|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Steenarend - Aquila Chrysaetos (Linnaeus, 1758) |
Golden eagle |
Aigle royal |
Steinadler |
Aquila reale |
Kungsörn |
Aguila real |
Águia-real |
Orzeł przedni |
Kongeørn |
Populatie trend van deze soort is stabiel. |
Er zijn zeven ondersoorten gemeld:
- Aquila chrysaetos chrysaetos
- Aquila chrysaetos homeyeri
- Aquila chrysaetos daphanea
- Aquila chrysaetos japonica
- Aquila chrysaetos canadensis
- Aquila chrysaetos kamtschatica
- Aquila chrysaetos subsp. |
| Lengte : 75 - 95 cm |
| Spanwijdte : 190 - 230 cm |
| Gewicht : (M) 3000 - 6000 gram / (V) 3000 -
6000 gram |
| Grote donkerbruine arend; alleen kop en
nek zijn lichtbruin tot goudgeel. Staart donkerbruin met lichte wortel.
Snavelpunt zwart, poten geel, iris donker- tot lichtbruin. Jonge vogels,
zwartbruin met witte basis van de slagpennen en witte staart met brede,
donkere eindband. Bij het ouder worden, wordt de staart donkerder.
Geslachten gelijk gekleurd, vrouwtje groter dan mannetje. |
| Vliegbeeld vertoont lange, niet bijzonder brede vleugels,
die naar het lichaam toe smaller worden; ze zijn sterk gevingerd en de
punten wijzen iets naar boven; staart middelmatig lang en zwak afgerond.
De kop wordt tijdens de vlucht, net als bij alle andere arenden, ver naar
voren gestoken. De steenarend vliegt overwegend
zwevend of zeilend en cirkelt vaak urenlang op grote hoogte op de
opstijgende massa warme lucht. |
Europa en Azië, Noord-Amerika tot Mexico, Noord-Afrika
tot de Sahara. In Midden-Europa alleen nog broedvogel in de Alpen en de
Karpaten; in Noord- en Oost-Europa en ook in Noord-Amerika eveneens in
laagland.
 |
| Uitgestrekte, uiteenlopende woudgebieden, in het
hooggebergte op berghellingen en rotswanden; jaagt hier bij voorkeur boven
de boomgrens. |
| Grote zoogdieren tot de grootte van een hertekalf (in de
Alpen overwegend marmotten), vogels tot de grootte van een Auerhoen:
vooral in de winter ook aas. |
| Horst in het hooggebergte op uitsteeksels van rotswanden,
overigens in bomen. Alle nesten worden meermalen gebruikt, gerenoveerd en
vergoot. Een paar bezit vaak verscheidene nesten (wisselhorsten) en beide
partners bouwen aan de horst. Broedtijd maart tot mei. Grootte van het
nest: twee eieren, broedduur 43-45 dagen, nestperiode jongen 63-70 dagen.
Het vrouwtje broedt het meest en wordt door het mannetje verzorgd. Vogels
voren een paar voor het leven. |
| De steenarend bemachtigd zijn
prooi of van een uitkijkplaats, of in een vergassingsvlucht. Prooien tot
circa 5 kg neemt hij mee, zwaardere worden te plekke verorberd. Oude
vogels zijn standvogels, die zich het hele jaar in de nabijheid van de
broedplaats ophouden Jonge vogels zwerven ver weg, tot zij na het eerste
broeden ook een vaste plaats hebben. |
| ©:
Dierenfotografie - Mevr. Chantal Mazzei - 13 maart 2010, Berkel en Rodenrijs (NL) |
NIKON D90 - 400 mm |
| ©: Eaglewatch 2002 - 13 december 2009, Berkel en Rodenrijs |
Konica Minolta Dynax
7D - 70-200/2.8 APO EX DG MACRO HSM |
|
|
|
|