|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Slangenarend - Circaetus gallicus (Gmelin, 1788) |
Short-toed snake-eagle |
Circaète Jean-le-Blanc |
Schlangenadler |
Biancone |
Ormörn |
Culebrera europea |
Águia-cobreira |
Gadożer |
Slangeørn |
Populatie trend van deze soort is onbekend. |
Er zijn twee ondersoorten gemeld:
- Circaetus gallicus
Circaetus gallicus gallicus
Circaetus gallicus heptneri
Circaetus gallicus ferox
Circaetus gallicus hypoleucos
Circaetus beaudouini
- Circaetus pectoralis |
| Lengte : 62 - 68 cm |
| Spanwijdte : 170 - 190 cm |
| Gewicht : (M) 1750 gram / (V) 1860 gram |
| De dikke kop,
hals en bovenborst zijn donkerder; de onderkant van het lichaam en
vleugels is erg licht, ondanks de rijen vaalbruine vlekken. Aan de
bovenzijde contrasteren de donkere slagpennen met de lichte schouder-,
rug- en vleugeldekveren. De staart is ongeveer even lang als de vleugel
breed zijn en heeft behalve de donkere eindband nog 2 of 3 donkere
dwarsbanden. Kenmerkend is ook het veelvuldig bidden tijdens de jacht. Van
dichtbij vallen de grote kop met gele ogen en het onbevederde loopbeen op. |
| Het vliegbeeld vertoont lange en brede vleugels waarbij
de vogelboeg duidelijk naar voren wijst. |
| Vanaf Noord-Afrika via Zuid- en Oost-Europa tot aan
Zuidwest-Siberië en via Voor-Azië tot aan India. |
| Lichte wouden en bosranden met aangrenzende open gebieden
als bijvoorbeeld veen- en heidevelden of droge berghellingen waar volop
slangen aanwezig zijn. |
Tijdens de balts laat het mannetje vaak een melodieuze,
tweetonige, fluitende 'jiei-joe'-roep horen; het wijfje is zwijgzamer.
 |
| Als uitgesproken zweefvlieger jaagt de slangenarend in zijn broedgebied meestal zwevend, of bij weinig thermiek, biddend. Vaak laat hij dan de poten hangen. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit slangen (overwegend ring- en gladde slangen, maar ook adders), die voorzichtig worden behandeld, want de vogel is allerminst immuun voor slangengif. Daarnaast worden ook hazelwormen en andere hagedissen verorberd. Kleine zoogdieren en jongen vogels worden slechts zelden geslagen. |
Waarschijnlijk zijn de vogels met 3 - 4 jaar
geslachtsrijp. De paren zijn erg trouw aan territorium. Na aankomst op de
broedplaats (in Zuid-Frankrijk in maart) kan men fraaie baltsvluchten
bewonderen.
De horst is relatief klein en bevindt zich normaliter in een boomkruin,
maar soms op laag geboomte tegen een rotswand. Broedtijd: april - mei;
Legselgrootte: slechts één wit ei (74 x 58 mm; 150 gram); broedduur:
opvallend lang, 45 - 47 dagen; nestperiode 70 - 80 dagen. |
| ©: Eaglewatch - 14 juli 2010, Vallon pont d'Arc, Frankrijk |
Konica Minolta Dynax
7D - Sigma APO 150-500 mm F5-6.3 DG OS HSM |
|
|
|
|