|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
 |
ONDER ORDE |
: |
|
 |
ONDER FAMILIE |
: |
|
Oehoe - Bubo bubo (Linnaeus, 1758) |
Eurasian eagle owl |
Grand-duc d'Europa |
Uhu |
Gufo reale |
Berguv |
Búho Real |
Bufo-real |
Puchacz |
Stor Hornugle |
Populatie van deze soort is onbekend. |
| Er zijn geen ondersoorten gemeld |
| Lengte : 66 - 71 cm |
| Spanwijdte : ? cm |
| Gewicht : (M) 2000 - 3000 gram / (V) 2000 -
3000 gram |
| Grootste Europese uil. Geslachten
gelijk gekleurd, vrouwtje iets groter. Krachtige, gedrongen gestalte, met
lange, in rust recht opstaande oorpluimen en grote oranjerode ogen;
gezichtssluier zonder tekening. Poten en tenen bevederd. Verenkleed
geelbruin, bovenkant bruinzwart gevlekt; borst breed, buik fijn bruinzwart
in de lengte gestreept. Vleugelonderkanten licht. |
| Typisch voor het vliegbeeld zijn de dikke kop en lange,
tamelijk brede vleugels. Vlucht geluidloos, wordt afgewisseld met
glijvluchten. Jaagt laag boven de grond of stort zich van een zitplaats op
zijn prooi. |
Afghanistan, Albanië, Andorra, Armenië, Oostenrijk,
Azerbeidzjan, Wit-Rusland, België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije,
China, Kroatië, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk,
Georgië, Duitsland, Griekenland, Hongkong, Hongarije, India, Iran, Irak,
Israël, Italië, Japan, Kazachstan, Korea, Kirgizië, Letland, Libanon,
Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Macedonië, Moldavië, Mongolië,
Montenegro, Nederland, Noorwegen, Pakistan, Polen, Portugal, Roemenië,
Russische Federatie, Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Zweden,
Zwitserland, Syrische Arabische Republiek, Tadzjikistan, Turkije,
Oekraïne, Oezbekistan.
Regionaal uitgestorven: Turkmenistan.
Zwervend: Bahrein, Gibraltar. |
| Vooral in rotsachtige delen van het gebergte of
rivierdalen met afwisselend bossen en open vlakten. Jaagt in het open
veld. |
| Alarmroep krijsend 'chreeeh'; in de broedtijd een ver
hoorbaar 'boehoe', 'oehoe' of 'hohoho'; bovendien kekkerende en blaffende
geluiden. Bedelroep van de jongen een eigenaardig 'tzjzst'. |
| Gewervelde dieren ter grootte van een veldmuis tot haas
en auerhoen; af en toe ook vissen uit ondiepe wateren. In veel gebieden
hoort de egel tot het hoofdvoedsel. Hij wordt als het ware uit zij
stekelhuid 'geschild'. Op een rotsuitsteeksel of op een stevige tak wordt
de buit vervolgens verorberd. |
| Als nestplaats dienen overwegend nissen in rotswanden of
steile rotsige hellingen. Op het vlakke land broedt de Oehoe ook in
verlaten nesten van andere grote vogels en soms zelfs op de grond. Paren
blijven hun leven lang bij elkaar en gebruiken hun horst telkens weer.
Broedtijd maart/april. Grootte van het nest 2-5 eieren, broedduur 31-36
dagen, nestperiode jongen ongeveer 35 dagen. Alleen het vrouwtje broedt.
Al voor de jongen vliegvlug zijn verlaten zij het nest en houden zich in
de omgeving op. Als ze negen weken oud zijn kunnen ze vliegen, maar worden
nog tien tot vijftien weken gevoerd. In september, oktober verlaten zij
het ouderlijk territorium. |
| Oehoes zijn in de schemering en ´s nachts actief. Bij
opwinding richt de Oehoe zij oorpluimpjes rechtop. In hun
verspreidingsgebied zijn deze vogels standvogels, die zich ook ´s winters
niet ver van hun broedplaats verwijderen. De Oehoe wordt de laatste jaren
steeds vaker in Oost- en Zuid-Nederland waargenomen. |
| ©: De mevrouw Mul - Vree - 16-08-2010, Slot Hohenwerfen Oostenrijk |
Canon EOS 400D - Canon EF 80-200mm |
| ©:
Dierenfotografie - Mevr. Chantal Mazzei - 13 maart 2010, Berkel en Rodenrijs (NL) |
NIKON D90
- 400 mm |
|
|
|
|