HOOFDSTUK 1
Roofvogels in het algemeen Roofvogels zijn sterke, snelle vogels. Er bestaan een
heleboel verschillende soorten roofvogels. Sommige leven in Nederland,of ze
komen er tijdens hun trektocht langs.
Andere komen helemaal niet in Nederland voor.
De vleeseters gaan op trektocht als er in hun omgeving niet genoeg lekkers meer
te vinden is.
Ze vertrekken dan naar een ander gebied in een land,waar wel genoeg smakelijke
hapjes voorkomen.
Op hun menu staan vogels en andere dieren.
Wapens Wat het meest opvalt aan roofvogels zijn de “wapens” waarmee ze een prooi
vangen.
Ze hebben een kromme, haakvormige snavel en poten met lange tenen en scherpe
klauwen.
Vaak zien roofvogels er een beetje eng uit.
Dat komt door hun priemende ogen.
Hiermee kunnen ze erg goed zien.
Soms ontdekken ze op vijf kilometer afstand een konijn. Doordat hun ogen naar
voren staan, schatten ze goed de afstand in en is het bijna altijd raak.
Zweven of duiken Grote vleugels of juist kleine?
In roofvogelland is dat een groot verschil.
De vogels met grote, brede vleugels kunnen goed zweven. Zij hangen rustig een
tijdje in de lucht tot dat ze een prooi zien. De roofvogels met kleine vleugels
maken veel onverwachte aanvallen.
Zij bespieden een prooi en duiken er op af.
Door de korte en gespierde vleugels sturen ze makkelijk om alle bomen heen en
botsen ze er niet tegen aan.
Dons:
Als een roofvogel uit zijn ei kruipt, ziet hij er heel anders uit dan zijn
ouders. Hij heeft nog geen veren ,maar een lichte kleur pluizig dons. Als de
vogel groter word verandert het dons in een mooi verenkleed. De kleur verandert
mee tot die hetzelfde is als het jasje van vader en moeder.
Maar het witte dons hebben ze niet voor niets.
Als de jongen honger krijgen kijken ze omhoog of hun vader en moeder aankomen
met iets lekkers.
Hun zwarte oogjes vallen dan goed op in het witte kopje. Hebben ze genoeg, dan
draaien ze hun kopjes weg. Zo weten de ouders precies wanneer er eten op tafel
moet komen.
Groot,Groter,grootst.
De vleugels van roofvogels kunnen uitslagen enorm groot zijn. De meeste vleugels
zijn samen tussen de 50 centimeter en de anderhalve meter wijd . Dat is heel
groot,maar het kan nog groter. Wat dacht je bijvoorbeeld van de zeearend. Zijn
vleugels kunnen samen wel twee en een halve meter worden.
Maar de winnaar is de Andes condor met 3 meter vleugelwijdte.
Braakbal:
Roofvogels proberen hun prooi zoveel mogelijk kaal te plukken. Toch gebeurt het
wel eens dat ze de haren en veren en botjes inslikken, die hun maag niet kan
verwerken. Wat niet verteerd wordt moet er weer uit.
De vogel braakt dan een braakbal uit. In de braakbal zie je de veren en botjes
nog zitten. Daaraan kun je zien wat hij gegeten heeft.
HOOFDSTUK 2 - Soorten roofvogels.
Wespendief:
Je raadt het vast al, de wespendief eet…. wespen.
Omdat wespennesten in het wild vaak onder de grond zitten, heeft de wespendief
klauwen waar hij goed mee kan graven. Hij heeft een bijzonder neusgat.
In zijn snavel heeft hij een spleetje, in plaats van een gat. Zo krijgt hij geen
zand in zijn snavel tijdens het graven.
Bruine Kiekendief:
De bruine kiekendief leeft vooral in de buurt van rietvelden. Daar bouwt hij ook
zijn nest.
Gelukkig heeft hij lange poten. Zo beschadigen zijn veren en vleugels niet als
hij vlak over het riet vliegt of in een nest wil landen. Nadat de eieren zijn
uitgekomen, zorgt het mannetje voor het eten.
Hij geeft het niet aan de kleintjes, maar gooit de prooi naar het vrouwtje toe,
of laat het gewoon in het nest vallen.
Havik:
Als je in het bos loopt,moet je maar eens goed om je heen kijken. Misschien kom
je dan een havik tegen.
Haviken kunnen goed jagen in het bos, omdat ze korte, sterke vleugels hebben. Zo
kunnen ze makkelijk tussen de bomen en takken door. Ze duiken soms ineens naar
beneden om bijvoorbeeld een muisje te verrassen.
Buizerd:
De buizerd jaagt in allerlei gebieden.
Droog of vochtig, met veel bomen of met weinig.
Hij lust ook alles. Regenwormen, vogels en zoogdieren, hij vindt het allemaal
heel smakelijk.
Misschien heb je wel eens een buizerd gezien vanuit de auto. Hij zit soms op een
paaltje langs de weg. Als hij dat doet heeft hij eigenlijk geen zin om te jagen.
De luilak wacht dan gewoon of er gewoon een prooi word aangereden door een auto.
Dan hoeft hij er niks voor te doen.
Boomvalk:
Kieuw-kieuw-kieuw dat is het geluid dat een boomvalk maakt. Maar als hij jaagt
dan houdt hij zijn snavel. Zijn prooi mag natuurlijk niet weten dat hij er aan
komt. Verrassend snel komt dit vogeltje achter een boom of een struik vandaan
schieten.
Op deze manier vangt hij kleine libelles en vogels.
Torenvalk:
De torenvalk wordt ook wel de biddende valk genoemd. Dit komt doordat hij
roerloos in de lucht zijn prooi kan bespieden.
Langs sommige wegen zie je een kist op een paal staan. Dat is een Valkenkist.
Daarin wonen torenvalken.
Slechtvalk:
Een slechtvalk is echt heel snel ik denk dat het de snelste roofvogel is. Hij
kan met 160 kilometer zijn prooi bestormen. Dat zie je in Nederland niet gauw
gebeuren want in Nederland zijn er niet veel slechtvalken meer.
Visarend:
Weet je waar de visarend op jaagt?
Op vis natuurlijk dat zie je wel door zijn naam.
Deze arend vliegt boven het water tot hij een vis ziet.
Doordat de visarend een lichte onderkant heeft kan de vis hem tegen de hemel
bijna niet zien. Met dichtgeklapte vleugels laat de visser zich naar beneden
vallen. Hij steekt vlak boven het water zijn klauwen naar voren uit. Meestal
schiet hij maar een klein stukje met zijn poten het water in. Maar hij kan ook
helemaal onderduiken. Dankzij zijn gekromde klauwen en de kleine doorntjes op
de onderkant van zijn tenen, houdt hij zelfs de glibberigste vis goed vast.
Gier:
Een gier is een echte aaseter.
Dat wil zeggen dat hij niet zelf de prooi vangt, maar hij eet dieren die al zijn
of dood zijn gemaakt. Het is best nuttig dat hij dit doet, Want zo kunnen de
dode dieren niet gaan rotten. De gier heeft geen veren op zijn kop of nek.
Alleen wat donshaartjes.
Heel handig, want zo krijgt hij geen bloed aan zijn veren. Soms eten gieren zich
zo vol aan een dier dat ze niet meer kunnen vliegen. Vies verhaaltje, vind u
niet?. Gieren leven vooral in Spanje en Zuid Frankrijk. Als je naar die landen
op vakantie gaat, zie je ze misschien. En ken je de film Jungleboek?. Daar
spelen ook aasgieren in mee.
Secretarisvogel:
Er bestaan zoveel soorten roofvogels, dat ik ze niet allemaal op kan noemen.
Maar deze is toch wel heel bijzonder, de secretarisvogel. Hij leeft alleen in
Afrika. Je herkent hem meteen, Want hij ziet er heel bijzonder uit. Op zijn kop
staan een paar zwarte sprieten. Zulke sprieten hadden secretarissen vroeger ook
in hun pruik zitten. Zo komt de vogel aan zijn naam. Wat nog meer opvalt aan
deze vogel zijn haar lange poten. Die gebruikt ze bij het jagen. De
secretarisvogel jaagt heel anders dan gewone roofvogels. In plaats van zich uit
de lucht te laten vallen en de prooi met klauwen te grijpen, rent hij over de
grond en doodt de prooidieren met een harde trap van zijn poten.
HOOFDSTUK 3 - Valkeniers.
Al honderden jaren worden roofvogels door de mensen afgericht voor de jacht.
Deze mensen heten valkeniers. Een valkenier leert de roofvogel voor hem te
jagen. Hij werkt niet alleen met valken, maar ook met arenden en haviken.
Voordat de jacht begint, zit de vogel op de hand van de valkenier. Die heeft hij
natuurlijk goed beschermt met een handschoen, anders zouden zijn handen open
gehaald worden door de scherpe klauwen. De vogel zelf is ook een beetje
aangekleed voor deze gebeurtenis. Hij heeft een kapje om zijn hoofd en een
riempje om zijn poot.
Valkenswaard:
Valkenswaard is een plaats in Nederland waar vroeger veel valkeniers woonden. En
mensen die roofvogels voor de valkeniers
vingen. In die tijd waren het vooral de rijke mensen die met valken jaagden.
De dieren die ze met de valken vingen, aten ze op.
Wespendief:
Formaat. Groot ongeveer 52 cm.
Groep. Buizerds.
Leefgebied Bossen
Zang:
Roep is snel en hoog, klinkt als kiee-kiee
Verspreiding.
Wijdverspreid, maar niet talrijk als zomergast in een groot deel van Europa in
bosrijke gebieden, zeldzaam in het westen. Elders als doortrekker boven open
terrein, trekt vaak in groepen.
Soortbeschrijving
Buizerdachtige roofvogel, een best smalle, grijze kop en opvallende snavel.
Verenkleed zeer verschillend, meestal bruine bovenkant, onderkant van bruin tot
wit met bruine strepen. In vlucht lange staart niet gespreid en smal, aan de
basis twee smalle, donkere banden en bredere eindband. Duidelijke banden op
ondervleugel, donkere polsvlekken opvallend.
Bruine kiekendief:
Formaat
Groot ongeveer 53 cm.
Groep
Kiekedieven.
Leefgebied
Gebieden waar veel water is.
Zang
Roept zelden, soms tweelettergrepig kiee-joar.
Verspreiding
Zomergast in Midden- en Oost Europa, doortrekker en het hele jaar aanwezig in
het zuiden, zuidwesten en westen, met een voorkeur voor uitgestrekte rietvelden.
Soortbeschrijving
Grote kiekendief met best brede vleugels. De bovenkant van het mannetje bruin,
onderkant roodbruin; vrouwtje geheel bruin, met gelige vlekken op kop en
schouders. In vlucht heeft vrouwtje donkerbruine vleugels, mannetje kenmerkend
patroon van bruin en grijs, zwarte vleugels. Vliegt laag, met stijve vleugels in
een vlakke V.
Havik:
Formaat
Groot ongeveer 55 cm
Groep
Havikachtigen.
Leefgebied
Bossen
Zang
Roept snel achter elkaar kek-kek
Verspreiding
In een groot deel van Europa het hele jaar aanwezig in bossen en bosrijke
gebieden. Afwezig of zeer schaars in uiterste westen, Ze zitten op veel plekken
maar niet met grote groepen.
Soortbeschrijving
Sterke, mooie roofvogel, de bovenkant is grijsbruin of grijsgroen, de onderkant
is wit, met kleine donkere dwarsstrepen. Kenmerkend aan deze vogel is lange
witte wenkbrauwstreep, streng kijkend. Onderstaart donzig wit, staart best wel
lang. De staart is bruinig met donkere dwarsbanden. Vleugels zijn ook vrij lang
en breed. Jaagt bijna altijd tussen de bossen.
Slechtvalk:
Formaat
Middelmatig – groot
Ongeveer 45 cm
Groep
Valken
Leefgebied
Bergen/eilanden/kusten/riviertjes.
Zang
Roep kwetterend kek-kek-kek.
Verspreiding
Je ziet hem op veel plaatsen maar ook niet overal.
Hij is het hele jaar in een groot deel van Europa.
Soortbeschrijving.
Grote en sterke vogel. Het mannetje is als bij de meeste roofvogels groter. De
bovenkant is donkergrijs, zijn buik wit met bruin. De jongere slechtvalken zijn
ook aan bovenkant bruin. En aan de onderkant iets lichter. Als hij een prooi zoekt,
cirkelt hij hoog in de lucht als hij dan een prooi ziet, schiet hij eropaf.
Buizerd:
Formaat
Middelmatig – groot
Ongeveer 53cm
Groep
Buizerds.
Leefgebied
Bergen/bossen.
Zang
Een soort miauwende roep.
Verspreiding
Hij is in een groot deel van
Europa het hele jaar aanwezig.
Soortbeschrijving
Best een grote vogel met brede vleugels.Hij heeft veel verschillende kleuren op
zijn veren. De vogel heeft een bruine bovenkant.De onderkant donkerwit. Als hij
zijn prooi zoekt cirkelt hij in de lucht net als de slechtvalk en schiet op zijn
prooi af.
Torenvalk
Formaat
Middelmatig – groot
Ongeveer 35cm
Groep
Valken
Leefgebied
Je kan hem bij de kusten zien,
maar ook in steden
Zang
Hji roept schril kie kie kie
Verspreiding
In het grootste stuk van Europa is hij het hele jaar.
Je ziet hem het meest in het noorden en noordoosten van Europa.
Soortbeschrijving
De torenvalk durft vaak heel dichtbij de mensen te komen.
Het mannetje heeft een grijze kop,en een roodbruine rug met donkere stippen. Hij
heeft een grijze staart met zwarte strepen.
Het vrouwtje heeft een bruine bovenkant en een lichtbruine onderkant met donkere
strepen.
Boomvalk
Formaat
Sommige zijn middel-
matig en sommige zijn
klein ongeveer 28cm.
Groep
Valken.
Leefgebied
Hij leeft in gebieden waar
veel water is en waar
veel weiland ligt.
Zang
Roept meestal kek of kiew
Verspreiding
In de zomer is hij ook vaak in Europa alleen niet in het noorden en het
noordoosten. Je ziet hem het meest in het warme zuiden.
Soortbeschrijving
Een kleinere valk dan normaal de bovenkant is donkergrijs en de onderkant is wit
met zwarte strepen. Als hij zijn prooi heeft gevonden schiet hij heel snel naar
beneden.
Visarend
Formaat
De visarend is zeer groot. Ongeveer 58cm
Groep
Visarenden
Leefgebied
Je kunt hem zien bij riviertjes kusten en eilanden.
Zang
Hij zegt bijna nooit iets. Het is een heel stille vogel
Verspreiding
In de zomer is hij bij de grote meren en rivieren in het noordoosten. In de
winter is hij in het zuiden.
Soortbeschrijving
Best een grote roofvogel. Opvallend door zijn vistechniek.
Hij duikt en steekt zijn poten vooruit en pakt eigenlijk de vis uit het water.
De bovenkant is bruin en de onderkant wit. Deze roofvogel schiet naar beneden
als hij zijn prooi ziet.
Vale gier
Formaat
Zeer groot
Groep
Gieren
Leefgebied
Je kunt hem vinden bij bergen
en plekken waar veel dood
aas ligt.
Zang
Hij zegt eigenlijk nooit iets.
Verspreiding
Hij is het hele jaar aanwezig in de bergen van het zuidwesten. Ze zijn nooit met
veel bij elkaar alleen als ze groot aas ligt.
Soortbeschrijving
Hele grote donkere vogel. Het grootste gedeelte is bruin.
En hij heeft een iets lichtere onderkant. Hij heeft een donkerwitte kraag. En
een donkerwitte haaksnavel.
En hij best kleine klauwen. Eigenlijk is het een luie vogel want hij eet alleen
aas wat al dood is.
Nawoord
Ik vond het heel leuk om mijn spreekbeurt over roofvogels te doen want het zijn
hele mooie en interessante vogels, Je kan er ook heel veel van vinden.
Ik hoop dat jullie het ook een leuke spreekbeurt en werkstuk vonden. Ik ben
gelukkig ook geen echte problemen tegengekomen het ging heel goed.
Dit was mijn spreekbeurt.
Literatuurlijst
De Banjer (natuurtijdschrift).
Het boek van het Rijk van de Roofvogels.
Internetsite : www.roofvogels.nl.
(bron: Alex Havermans) |