|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Torenvalk - Falco Tinnunculus (Linnaeus, 1758) |
Common kestrel |
Faucon crécerelle |
Turmfalke |
Gheppio comune |
Tornfalk |
Cernícalo Vulgar |
Peneireiro-vulgar |
Pustułka |
Tårnfalk |
Populatie van deze soort is stabiel. |
Er zijn drie ondersoorten gemeld:
- Falco tinnunculus
Falco tinnunculus
Falco tinnunculus tinnunculus
Falco tinnunculus canariensis
Falco tinnunculus dacotiae
Falco tinnunculus rufescens
Falco tinnunculus rupicolaeformis
Falco tinnunculus interstinctus
Falco tinnunculus objurgatus
Falco tinnunculus archeri
Falco tinnunculus perpallidus
Falco rupicolus
- Falco neglectus
- Falco alexandri |
| Lengte : 30 - 36 cm |
| Spanwijdte : 76 - 82 cm |
| Gewicht : (M) circa 200 gram / (V) circa
230 gram |
| Eén van de talrijkste Europese
roofvogels. Kleine, slanke valk met lange, spitse vleugels en lange
staart. Mannetje met blauwgrijze bovenkop en wangen, roodbruine rug met
zwarte druppelvlekken, staart asgrijs met brede, zwarte eindband en
smalle, witte zoom, vleugels bruinig zwart, onderzijde roomkleurig met
donkere lengtevlekken. Vrouwtje kaneelbruin met zwarte vlekken, staart
bruinzwart gebandeerd, met zwarte eindband. Snavel grijs met gele basis en
donkere punt, washuid geel, poten geel, nagels zwart, iris donkerbruin. |
| Vliegt met snelle, ondiepe vleugelslagen, die zelden door
glijd pauzes worden onderbroken. Staat vaan 'biddend' (wiekelend) in de
lucht. Hij houdt daarbij de lichaamsas in een hoek van 45 ° en slaat de
vleugels relatief ondiep op en neer. Hij 'hangt' als het ware in de lucht.
De staart wordt daarbij naar beneden gedrukt en wijd gespreid. Bij sterke
wind 'bidt' de valk met het lichaam in horizontale houding en regelt zijn
voorwaartse bewegingen zodanig dat ze overeenkomen met de windsnelheid. |
| Europa, Azië Afrika tot in Zuid-Afrika. |
| Van de zeekust tot het hooggebergte met uitzondering van
dichte bossen; ook midden in de stad. |
| Roept luid en schel 'kikiki' in de buurt van de horst een
aangehouden 'wrieieie', vibrerend 'tsrirr' of korte 'tsik'-geluiden. |
| Veld- en woelmuizen, ook spitsmuizen, bosmuizen, grote
insecten hagedissen en jonge vogels. |
| Torenvalken bouwen zelf geen
nest en zijn in de keuze van de nestplaats niet kieskeurig. Ze bezetten
oude nesten van roofvogels, kraaien en reigers; zij broeden in boom- en
rotsholten, maar ook in nissen en muurgaten in hoge gebouwen. Broedtijd
april/mei. Grootte van het nest 4-6 eieren, broedduur 27-31 dagen,
nestperiode jongen 28-32 dagen. Alleen het vrouwtje broedt maar wordt door
het mannetje gevoerd en af en toe even afgelost als zij een prooi
verorbert. De jongen worden na het uitvliegen nog ongeveer vier weken door
de oude vogels voorzien. |
| De torenvalk jaagt of vliegend
met veelvuldig bidden, of vanaf een uitkijkplaats. Soortgenoten worden
door luchtaanvallen uit het voedsel- en broedterritorium verdreven. |
| ©: Eaglewatch 2002 - 15-04-2009, Castricum aan zee,
Nederland |
Konica Minolta Dynax 7D - Sigma APO 70-200mm F2.8 II EX DG MACRO HSM |
| ©: Dhr. Peter Dresselhuizen - 22 mei 2008, Duitsland |
Canon EOS 350 |
|
|
|
|