|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
zwarte wouw - Milvus migrans (Boddaert, 1783) |
Black kite |
Milano negro |
Schwarzmilan |
Nibbio bruno |
Brun glada |
Milano negro |
Milhafre-preto |
Kania czarna |
Sort Glente |
Populatie trend van deze soort loopt terug. |
Milvus migrans is gesplitst in twee soorten:
- Milvus migrans
Milvus migrans
Milvus migrans migrans
Milvus migrans tenebrosus
Milvus migrans govinda
Milvus migrans affinis
Milvus aegyptius
Milvus aegyptius aegyptius
Milvus aegyptius arabicus
Milvus aegyptius parasitus
- Milvus lineatus
Milvus lineatus lineatus
Milvus lineatus formosanus |
| Lengte : 55 - 60 cm |
| Spanwijdte : 140 - 150 cm |
| Gewicht : (M) 630 - 930 gram / (V) 750 -940 gram |
| Kleiner en gedrongener dan de
Rode wouw, veel donkerder.
Bovenzijde donkerbruin, onderkant rossig bruin, kop en hals lichter.
Staart zwak gevorkt. Beide geslachten gelijk gekleurd. 56 cm, 750-900
gram. |
| Vliegbeeld lijk oppervlakkig op dat van de
Rode wouw, maar onderscheidt zich
door het volgende de zwarte wouw is kleiner en
altijd veel donkerder eenkleurig bruinzwart. In de lucht lijkt de vogel
zwartachtig. De staart is zwak gevorkt; bij gespreide staart, bijvoorbeeld
tijdens het zweefvliegen, is dit nauwelijks waarneembaar en lijkt de
staart meer hoekig. Lichaam en vleugels zij gedrongener dan bij de
Rode wouw, de staart is kort. Bij
glij- en zweefvliegen zijn de vleugels altijd gehoekt. Het handgedeelte
wordt lager dan het horizontale vlak gehouden. Kop naar beneden gericht,
de ogen georiënteerd op de bodem. |
| Europa, Azië Oost-Indonesië, Nieuw-Guinea en Australië
Hoewel deze roofvogels tot de meest talrijke soort behoort, is hij in
Europa echter zeldzaam geworden. Aan de Zwitserse meren is nog een flinke
populatie. |
| In Europa overwegend bos- en merengebieden, moerasbossen. |
Op dat van de Buizerd lijkend 'hieeeh', in de broedtijd
een thriller als die van de Rode wouw,
maar harder.
 |
| Overwegend dode en zieke vissen, die van het
wateroppervlak worden gegrepen; verder kleine zoogdieren, kikkers, kleine
en middelgrote vogels, die hij andere roofvogels afhandig maakt. Allerlei
kadavers; vaak op vuilstortplaatsen. |
| Ondiepe horst in hoge bomen; annexeert ook oude nesten
van andere roofvogels en bouwt die verder uit. De nestkom wordt bekleed
met lorren, papier, stukken vel en dergelijke. Broedtijd midden april tot
midden mei. Grootte van het nest 2-3 (-4) eieren. Broedduur 28-32 dagen;
nestperiode jongen 40-45 dagen. Beide partners broeden. In Nederland is
een (mislukt) broedgeval bekend. |
De zwarte wouw is veel meer aan
water en vis als voedsel gebonden dan de
Rode wouw. Vliegend zoekt hij het watervlak af maar ook het
aangrenzende vrije veld, waar hij zich met een plotselinge wending op zijn
prooi stort. Hij vangt ook vliegende insecten en verorbert ze in de lucht.
Dikwijls ontfutselt hij andere roofvogels en reigers hun buit door hun net
zo lang lastig te vallen tot zij hun prooi loslaten of zelfs uitbraken.
Er worden tegenwoordig 6-7 ondersoorten erkend, waarvan er echter drie
soms ook als aparte soort worden beschouwd. In het West-Palearctische
gebied komt voornamelijk de nominaatvorm voor; aan de rand leeft de
subspecies Milvus Migrans aegyptius in Israël, Egypte en op het Arabisch
Schiereiland. |
| ©: Ger van Creij - 20-11-2011, Winneba, Ghana, Afrika |
Panasonic FZ45 - DC Vario-Elmarit 1:2.8-5.2/4.5 |
 |
Dit is de Geelsnavelwouw (Milvus aegyptius), een
ondersoort van de Zwarte wouw Milvus migrans.
Dit taxon wordt door sommige auteurs als een
ondersoort van Milvus migrans (sensu lato) beschouwd. |
|
|
|
|
|