|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Ruigpootbuizerd - Buteo Lagopus (Pontoppidan, 1763) |
Rough-legged hawk |
Buse pattue |
Rauhfußbussard |
Poiana calzata |
Fjällvråk |
Busardo calzado |
Búteo-calçado |
Myszołów włochaty |
Fjeldvåge |
Populatie van deze soort is stabiel |
Er zijn vier ondersoorten gemeld:
- Buteo lagopus lagopus
- Buteo lagopus menzbieri
Buteo lagopus pallidus
- Buteo lagopus sanctijohannis
- Buteo lagopus kamtschatkensis |
| Lengte : 51 - 60 cm |
| Spanwijdte : 120 - 150 cm |
| Gewicht : (M) 600 - 1380 gram / (V) 780 -
1660 gram |
| Iets groter dan de
Buizerd. Beide geslachten gelijk
gekleurd. Bovenkop, nek en kopzijden altijd witachtig, rug variabel grof
getekend. Onderkant licht. Poten tot de tenen bevederd. 51-61 cm, 800-1300
gram. |
| Onderscheidt zich van de vrijwel identiek gekleurde
Buizerd door lichtgekleurde staart met
donkere eindband, lichte onderkant van de vleugels met duidelijk
afgetekende donkere polsvlekken en langere vleugels. |
| Van Scandinavië over Noord-Rusland tot Kamtsjatka. |
| Berggebieden en toendra ten noorden van de boomgrens; ´s
winters in Midden-Europa op akkers en weilanden. In Nederland overwinteren
een paar honderd exemplaren. |
| Kleine gewervelde dieren. |
| Afhankelijk van de habitat op rotsen, in bomen of op de
grond. Broedtijd mei/juni. Grootte van het nest meestal 3-4 eieren,
broedduur 28-31 dagen, nestperiode jongen 28-31 dagen. |
Doorgaans worden vier ondersoorten erkend. De
nominaatvorm:
- Buteo Lagopus lagopus, in het noorden van Eurazië en Scandinavië tot
West-Siberë
- Buteo Lagopus menzbieri, van west-Siberië tot het
Tsjoektsjenschiereiland
- Buteo Lagopus kamtschatkensis, Kamtsjatka en de Koerilen
- Buteo Lagopus sanctijohannis, in Alaska en het noorden van Canada |
|
|
|
|