|
|
|
Roofvogels en uilen in de wereld:
|
|
|
|
Donkere zanghavik - Melierax metabates (Heuglin, 1861) |
Dark Chanting Goshawk |
Autour-chanteur |
Graubürzel-Singhabicht |
Astore cantante scuro |
Mörk sånghök |
Azor-lagartijero Oscuro |
Açor-cantor |
Jastrzebiak ciemny |
Mørk Sanghøg |
Populatie trend van deze soort is onbekend. |
Melierax metabates heeft heeft 5 ondersoorten:
- Melierax metabates metabates
- Melierax metabates theresae
- Melierax metabates neumanni
- Melierax metabates ignoscens
- Melierax metabates mechowi
|
| Lengte : circa 50 cm |
| Spanwijdte : circa 100 cm |
| Gewicht : (M) circa 670 gram / (V) circa
850 gram |
| Bij deze middelgrote roofvogel vallen in het volwassen kleed vooral de
lange poten op, en in vlucht bovendien de zwarte vleugelpunten en de
markante staarttekening met grijs gestreepte stuit. Beide seksen zijn
identiek gekleurd: kop, hals en rug zijn licht asgrijs, de buik is licht
met fijn donkere dwarsbandering; de lange staart heeft 3 - 4 brede
donkere banden. De washuid van de snavel is bij volwassen vogels
oranjerood. Jonge vogels hebben daarentegen een donkerbruine bovenzijde
en roestbruin gebandeerde onderzijde; de poten zijn vuilgeel tot oranje,
de washuid van de snavel is geelachtig. |
Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Kameroen,
Tsjaad; Kongo, Ivoorkust, Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Ghana,
Guinee, Guinee-Bissau, Kenia, Malawi, Mali, Mauritanië, Marokko,
Mozambique, Namibië, Niger, Nigeria, Saoedi-Arabië, Senegal, Zuid-Afrika,
Soedan, Tanzania, Togo, Oeganda, Jemen, Zambia, Zimbabwe.
Vagrant: Gabon, Israël, Rwanda, Sierra Leone, Somalië, Swaziland. |
| Donkere Zanghavikken leven in
bossen in vochtige streken en in met doornstruiken en
bomen begroeide savannen, af en toe ook in cultuurgebieden
en aanplant. |
| In de balts- en broedtijd laat de
Donkere Zanghavik een reeks luide, melodieuze
fluittonen horen, die heel zangerig klinken en vaak worden herhaald;
deze fluittonen klinken als 'wioe - wioe - wioe - wioe', waarbij het 'oe'
telkens hoger is. De bedelroep van het vliegvlugge jong eindigt piepend. |
| De Donkere
Zanghavik jaagt meestal vanaf een zitplaats, doorgaans op
hagedissen, kleine slangen en insecten, die hij op de grond vangt, waar
de vogel zijn prooi zelfs lopend achtervolgt. Hij eet echter ook kleine
zoogdieren en vogels tot het formaat van een duif. Bij de achtervolging
van vliegende vogels toont de Donkere Zanghavik zich, net als alle
havikachtige, zeer snel en wendbaar. |
| De vogels worden vermoedelijk op een leeftijd van 1 - 2 jaar
geslachtsrijp. Het paar voert baltsvluchten uit en bouwt een nest in de
dekking, vaak in een lage vork van een boom. Begin van de leg in Marokko
in januari of februari. Legselgrootte 1 - 2 blauwwitte eieren (53 x 41
mm; 50 gram). Broedduur is waarschijnlijk 36 - 38 dagen. Alleen het
vrouwtje broedt. Verblijfsduur van de jongen in het nest, 45 - 50 dagen. |
| Er zijn in totaal 5 ondersoorten bekend,
waarvan er 3 in tropisch Afrika voorkomen. In Marokko leeft de ondersoort
Melierax Metabates theresae en op het Arabisch Schiereiland de subspecie Melierax Metabates ignoscens. |
|
|
|
|