|
|

| |
|
|
Er worden 11 soorten caracara's onderscheiden. Ze
komen voor van Florida tot de
Falklandeilanden en Vuurland op het zuidelijk
halfrond. Ze leven in de diverse leefomgeving van Zuid-Amerika. De
roodkeelcaracara leeft diep in de tropische bossen. Van de witkeelcaracara is
waargenomen dat hij hoog in de Andes foerageert, waar ook de andescondors hun
eten zoeken. De Falklandcaracara is te bewonderen op de rotskust van de
Falklands en andere eilanden in de buurt. Het wijdst verspreide lid van de
familie, de kuifcaracara, komt voor in open laaglandgebieden en op land met vee.
Hoewel ze in veel opzichten, zoals uiterlijk, vliegstijl, eetgewoonten en
gedrag, enorm van elkaar verschillen, zijn caracara's heel nauw verwant aan
valken. Caracara's zijn te herkennen aan hun lange nek en hun geel tot rode
naakte wangen. Ze zijn heel sociaal en agressief. Ze zijn ook buitengewoon
intelligent. Een groot deel van hun tijd scharrelen ze op de grond naar voedsel,
vooral kadavers. Ze eten reptielen, amfibieën en kleine vogels. De kleinere
soorten eten ook insecten. Hoewel ze vaak te zien zijn bij boerderijen, voeden
kuifcaracara's zich voornamelijk met insecten, larven en kadavers, al zijn er
ook wel die regelmatig jong vee aanvallen. |
|
In de tweede helft van de
19de eeuw vertoonde de Guadalupecaracara diezelfde gewoonte en deze roofvogel is
een van de weinige soorten die opzettelijk zijn uitgeroeid door de mens. Begin
20ste eeuw stierf de soort uit.
Caracara's bouwen hun nest hoog in een boom of op een rotsrichel. Een
uitzondering is de kuifcaracara, die zijn nest ook wel eens op de grond of in
een cactus bouwt.
|
|
|
|
|
Oorspronkelijk heette de soort inderdaad Polyborus plancus. Maar in 1993 heeft de AOU (American Ornithologists' Union) in het 39e "Supplement to the AOU Check List of North American Birds" de genusnaam veranderd van Polyborus in Caracara. De reden hiervoor was dat het typespecimen van Vieillot uit 1816 niet identificeerbaar was en daarom de naam van het eerstvolgende wel identificeerbare typespecimen genomen moest worden, en dat is Caracara van Merrem uit 1826.
Vervolgens is in 2000 in het 42e Supplement de Caracara plancus gesplitst in drie aparte soorten, de Caracara cheriway / Crested Caracara, de Caracara plancus / Southern Caracara en de uitgestorven Caracara lutosus / Guadalupe Caracara.
De splitsing werd gedaan "following an analysis of plumage, morphology, and reported hybridization by Dove and Banks (1999)".
Dit volgend hebben we nu dus de volgende twee levende soorten:
- Caracara cheriway - Crested Caracara - Kuifcaracara en
- Caracara plancus - Southern Caracara - Zuidelijke Kuifcaracara.

|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|