Eaglewatch: roofvogels en uilen

Informatie:

In vroeger jaren werden roofvogels en uilen ondergebracht onder de noemer roofvogels en onderverdeeld in dag- (roofvogels) en nachtroofvogels (uilen). De leden van beide groepen hebben zich - op een paar uitzonderingen na - toegelegd op het jagen en doden van levende prooidieren. Hoewel roofvogels en uilen niet aan elkaar verwant zijn, hebben ze toch een paar kenmerken gemeen:

  • een scherpe, haakvormige gekromde snavel voor het verscheuren van de prooi, en

  • Krachtige, van scherpe nagels voorziene tenen, waarmee ze hun prooi grijpen en vasthouden.


Wat zijn roofvogels?

Geen andere vogelgroep heeft uiterlijk zulke duidelijke kenmerken dan de roofvogels. De kromme snavel met de haakvormige naar beneden gebogen punt en de van scherpe nagels voorziene klauwen is zo opvallend, dat een roofvogel met geen andere vogel verwisseld kan worden. Het gehele lichaam is erop gebouwd om op andere levende wezens te jagen. Het grijpen en vasthouden van de buit met de klauwen heeft de roofvogels de Duitse naam 'grijpvogels' bezorgd.

Roofvogels jagen overdag. Een uitzondering op deze regel is de vleermuiswouw (Machaerhamphus Alcinus), die in de avondschemering jacht maakt op vleermuizen en deze in de lucht verslindt. Binnen het tijdsbestek van een uur, van het moment dat de vleermuizen uitzwermen, totdat het volkomen donker is en de vogel ook niet meer kan vliegen, moet hij al het voedsel, dat hij voor 24 uur nodig heeft, bemachtigen. Naast de uitgesproken vleeseters, die jacht maken op zoogdieren en vogels en waarbij zich oorspronkelijk de kromme snavel en de grijpklauwen ontwikkeld hebben, zijn er ook roofvogels die andere voedselbonnen benutten of er zich in de loop der ontwikkelingsgeschiedenis op hebben toegelegd De visarend leeft van vis, de wespendief is afhankelijk van de larven en hommels, de slangenarend eet hoofdzakelijk slangen en andere reptielen Een roofvogelsoort is bijna vegetariŽr: de Afrikaanse palmgier (Gypohierax Angolensis). Hij leeft van het vruchtvlees van de palmnoten van de olie- of raffiapalm. Slechts af en toe verorbert hij ook dode vissen, krabben en weekdieren, die hij langs de zeekust bemachtigt.

Roofvogels bezitten een krop, waarin zij hun voedsel kunnen opslaan; dat betekent dat ze uit een voorraad kunnen putten en zodoende van een grote prooi veel meer profijt hebben. Ze vermijden echter zoveel mogelijk onverteerbare delen van de buit mee te consumeren. Zij plukken hun buit eerst zorgvuldig en scheuren dan kleine stukjes uit de musculatuur. Onverteerbare delen als vel, haar, veren, hoorn of chitinedelen, worden in de vorm van een braakbal van tijd tot tijd uitgebraakt.


Verspreiding:

Roofvogels komen met circa 290 verschillende soorten over de hele wereld verspreid voor, maar zeer ongelijk verdeeld. Het merendeel der soorten (circa 220) leeft in tropische savannen en regenwouden, terwijl bijvoorbeeld op de artice toendra slechts 4 soorten broeden. In Europa komen 38 soorten als broedvogel voor.