|
Het is niet verboden om
roofvogels te houden die van nature in Nederland voorkomen, op voorwaarde dat
deze roofvogels in gevangenschap zijn geboren; gekweekt dus.
Deze roofvogels zijn
voorzien van een gesloten pootring. Het is wel verboden om roofvogels te houden
die in het wild gevangen zijn. Alleen bepaalde instanties, zoals vogelasiels en
vogelhospitalen, zijn bevoegd om jonge en gewonde wilde roofvogels te houden.
Voor meer informatie kunt u
de onderstaande deelvragen openen. Hier wordt ook beschreven welke actie u kunt
ondernemen tegen overtredingen van de regels.
1. Is het toegestaan
om Nederlandse roofvogels te houden? Artikel 13 van de Flora- en faunawet
verbiedt het bezit van beschermde inheemse en uitheemse diersoorten als deze in
de vrije natuur zijn geboren. Roofvogels die in gevangenschap gefokt zijn,
vallen niet onder deze bescherming en mogen wel gehouden worden. Zulke
roofvogels herkent u aan de gesloten pootring.
|
|
2. Welke
roofvogelsoorten zijn beschermde soorten? Alle roofvogels die van nature in het
wild voorkomen op het grondgebied van de EU, worden beschermd door de Flora- en
faunawet. roofvogels die gekweekt of gehouden worden voor agrarisch gebruik of
als huisdier, vallen dus niet onder deze bescherming. Vogels zoals de ooievaar,
die in Nederland zijn uitgezet in het kader van fokprogramma's, worden wel
beschermd.
Deze bescherming van
roofvogels wordt vormgegeven door schadelijke handelingen te verbieden:
-
verbod op het doden,
verwonden, vangen, bemachtigen en met het oog daarop opsporen van roofvogels (art.
9 Flora- en faunawet);
-
verbod op het opzettelijk
verontrusten van roofvogels (art. 10 Flora- en faunawet);
-
verbod op het beschadigen,
vernielen, uithalen, wegnemen en verstoren van nesten, holen of andere
voortplanting- of vaste rust- of verblijfplaatsen van roofvogels (art. 11 Flora-
en faunawet);
-
verbod op het zoeken,
rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren van roofvogels (art.
12 Flora- en faunawet).
3. Bestaat er een
uitzondering op het verbod om wilde roofvogels te houden?
Er zijn twee uitzonderingen
mogelijk op het verbod van artikel 13 Flora- en faunawet om roofvogels te houden
die in het wild zijn geboren.
-
Er kan een ontheffing
verleend worden van dit verbod. Zo'n ontheffing is echter moeilijk te krijgen.
Klik
hier voor meer informatie over deze ontheffing.
-
Sommige instanties zoals
vogelasiels en vogelhospitalen zijn gerechtigd om gevonden jonge of gewonde
vogels te houden.
Let op! In artikel
14 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten is bepaald
dat het niet verboden is om roofvogels te houden wanneer deze ziek of gewond
zijn en daarom opvang en verzorging nodig hebben. Maar de roofvogel moet wel
binnen twaalf uur overgedragen worden aan een bevoegde instantie zoals een
vogelasiel of een vogelhospitaal. Na die twaalf uur is het dus verboden om de
roofvogel te houden.
4. Wat kunt u doen
tegen overtredingen van de regels? Wanneer u een situatie constateert waarin
onterecht zonder ontheffing of in strijd met de ontheffing gehandeld wordt, is
het belangrijk dat u dit goed in kaart brengt; exacte locatie, activiteit,
betreffende vogelsoorten, betrokken personen en het tijdstip. Dan kunt u, als
dat later nodig blijkt, uw bevindingen goed onderbouwen.
Vaak als u een overtreding
constateert, weet u niet of de overtreder wellicht een vergunning of ontheffing
heeft gekregen. U kunt dit natuurlijk aan de overtreder zelf vragen, maar de AID
kan dit ook voor u nagaan.
Voordat
er een ontheffing is aangevraagd:
-
In overleg:
In overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein of de overtreder zelf,
proberen tot een oplossing te komen. Het verdient in eerste instantie de
voorkeur om op deze manier moeilijkheden uit de weg te ruimen, dan het starten
van juridische procedures.
Wanneer
de ontheffing is aangevraagd:
Wanneer
de ontheffing is verleend:
-
Bezwaar maken:
Als u belanghebbende bent dan kunt u binnen de gegeven termijn een bezwaar maken
tegen de verleende ontheffing.
-
Beroep bij de rechtbank:
Als er negatief beslist is op uw bezwaarschrift, kunt u hiertegen in beroep gaan
bij de rechtbank.
-
Voorlopige voorziening
aanvragen:
Op het moment dat er een ontheffing is verleend, mag er gestart worden met de
handelingen waarvoor de ontheffing is verleend. Ook als hiertegen bezwaar of
beroep is ingediend! Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de
rechter verzoeken om te beslissen dat de ontheffing voorlopig niet geldig is
totdat er besloten is op bezwaar of beroep. Door zo'n voorlopige voorziening aan
te vragen kan onomkeerbare schade aan de natuur voorkomen worden. Belangrijk in
deze procedure is dat u kunt aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed en
dat u reeds bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen de ontheffing.
Wanneer
er in strijd met de ontheffing of zonder ontheffing wordt gehandeld:
-
Politie:
Wanneer er zonder ontheffing of in strijd met de ontheffing schadelijke
handelingen worden verricht, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is
belangrijk om ook echt aangifte te doen en niet alleen een melding te maken,
omdat zij een aangifte niet naast zich neer mag leggen.
-
AID groendesk:
Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding
gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over
de toepasselijke regelgeving. Zij hebben de bevoegdheid om te handhaven.
-
milieuklachtentelefoon:
Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur.
-
Milieuklachten.nl:
Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding.
Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die
bevoegd is om daar iets aan te doen.
-
Verzoek tot intrekking van
de ontheffing of verzoek tot handhaving:
Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de ontheffing, of wanneer de situatie
in het gebied zoveel veranderd is dat er onder die omstandigheden nooit een
ontheffing zou zijn verleend kunt u een verzoek doen aan het ministerie van LNV
tot intrekking van de ontheffing of handhaving van de regels.

|